Nederland en de Achterhoek hadden een lang weekend sport geboekt. Het werden weer zo’n prachtige paar dagen waarop de Nederlandse sport liet zien dat we alles kunnen, nou ja bijna alles. Behalve normaal doen.
Aan de ene kant had je TeamNL, dat zich letterlijk uit de naad werkte op de Olympische Winterspelen 2026 inMilaan. Jeugd en volwassenen trainden vier jaar lang om in een strak pakje zo snel mogelijk een rondje terijden zonder te vallen. Ze aten nóg gezonder, sliepen op nóg vastere tijden en zeiden dingen als “ik moet bij mezelf blijven”. Alles draaide om controle. Als ze boos waren, ademden ze drie keer diep in. Als ze verloren, brak Erben ‘Diego Simeone’ de bril van een aandachtig toeschouwer doormidden en gaf toe dat ie “leerpunten”voor zichzelf zag. Het gekke was wel dat niemand een stoeltje gooide.
Dan even door naar de vrijdagavond op De Vijverberg. De Graafschap won nog maar eens van een Jong-team, ditmaal van Jong FC Utrecht door eigenlijk niets revolutionairs te doen: winnen en minder goed, zelfs matig voetballen. Rustig blijven. Taken uitvoeren. Geen paniek. Het leek bijna professioneel. Lekker toch?Dat kon ook niet anders met de Achterhoekse Jillert en Rintje op de bank.
Maar op de tribune? Daar zag je stiekem toch weer een anti-KNVB-vlag. Want zelfs als je wint, moet ernatuurlijk iemand zijn die de schuld krijgt. In dit geval nog steeds een bond in Zeist die waarschijnlijk opdatzelfde moment gewoon koffie zat te drinken en berekende wat dat gewapper mag kosten. Het is een
bijzonder talent van sommige supporters: drie punten pakken en tóch boos blijven. Dat is al topsport opzichzelf. Hulde!
En dan hadden we op zaterdag nog VV Doetinchem. Drie rode kaarten. Dat is niet “fanatiek”, dat is structureel onvermogen om tot vijf of tien te tellen. Terwijl in Milaan sporters leerden hoe ze hun hartslag onder controle krijgen, kreeg hier vooral de scheidsrechter cardio. Als je met elf man begint en met acht eindigt, heb je niet “alles gegeven”. Dan heb je gewoon je verstand thuisgelaten. Je zou er een kleur van krijgen.
Het mooie is dat iedereen zichzelf heldhaftig vindt en recht in de spiegel aan wil kijken. De olympiër omdat hij zijn leven inrichtte rond honderdsten van seconden. De supporter omdat hij ondanks drie punten met een vlag
wapperde tegen de KNVB. De spelers met rood omdat ze “zich niet lieten kennen”. (lees verder onder de afbeelding))

Maar er zit een klein verschil tussen karakter tonen en karakter missen. Namelijk dat ze in Milaan goud wonnen door
Maar er zit een klein verschil tussen karakter tonen en karakter missen. Namelijk dat ze in Milaan goud wonnen door zichzelf te beheersen, ze op De Vijverberg punten pakten door het hoofd koel te houden en ze op een Dierens bijveld de bietenbrug op gingen, vooral omdat ze hun zelfcontrole verloren.
Misschien is dát wel het meest Nederlandse wat er is: we willen meedoen met de top, maar blijvenondertussen boos op de scheidsrechter, de bond en alles wat een fluitje heeft.
De moraal van dit verhaal zou weleens kunnen zijn dat je goud kunt winnen met discipline en wedstrijden wint
met organisatie. Wat overblijft zijn dan de rode kaarten, die krijg je gratis en leren je op de lange termijn wat op de korte termijn niet werkt.
Luuster es naor het “You never walk allone” in de Grolschveste, hol de bril heel en de kaarten op zak!
Goedgaon en tjukes.
Fritz