Nederland is een land dat zichzelf graag beloont voor middelmatigheid, mits het netjes gebeurt en op afspraak. Eén dag per jaar trekt Willem-Alexander zijn beste glimlach open en deelt hij lintjes uit alsof het confetti is voor mensen. Mensen die vooral heel lang hetzelfde hebben volgehouden zonder iemand tegen de schenen te schoppen. Het is geen erkenning van uitzonderlijkheid, het is een viering van volhardende braafheid.

En ergens anders, een paar dagen later, staat De Graafschap weer in de rij voor zijn jaarlijkse les nederigheid. Promotiewedstrijden: het sportieve evenbeeld van een lootje trekken op een dorpsfeest. Een heel seizoen knokken om vervolgens in twee wedstrijden te ontdekken dat consistentie niets waard is en toeval alles. Maar hé, spanning verkoopt beter dan rechtvaardigheid, vraag het de KNVB.
Het systeem is in beide gevallen identiek. Je mag meedoen. Je mag hopen. Maar uiteindelijk bepaalt een kleine, onzichtbare bovenlaag wie er “door mag” en wie weer netjes achteraan sluit. De rest krijgt een applausje en een aai over de bol. En Nederland? Dat vindt het prima. Sterker nog: we hebben er een cultuur van gemaakt. Niet excelleren, maar functioneren. Niet doorbreken, maar volhouden. Niet winnen, maar “erbij horen”.
De lintjesregen is de burgerlijke kroon op dat denken; de play-offs zijn de sportieve variant. Twee rituelen die doen alsof ze verdienste belonen, maar in werkelijkheid vooral het systeem in stand houden. Want stel je voor dat we echt zouden kiezen voor de besten. Stel je voor dat promotie gewoon gaat naar wie het verdient, zonder loterij, naar de Graafschap dus.
Hoe zou het zijn als erkenning rauw, direct en ongemakkelijk mag zijn, in plaats van verpakt in protocollen en praatjes. Dat zou chaos geven. En dat willen we niet en daar zijn we doodsbang voor. Dus blijven we hangen in dat verstikkende midden. Waar ambitie wordt teruggefloten, waar scherpte wordt afgevlakt, en waar elke vorm van echte emotie eerst door een commissie moet voordat het mag bestaan.
Daarom nu eens geen lintjes voor middelmatigheid, maar voor je kop boven het maaiveld uitsteken. In de hoop dat je geen egel bent in de buurt van de cirkelmaaier.
Een lintje voor Gert-Jan Theunisse de wielerheld, die het gemeentehuis van Boxmeer uit is gezet, omdat de bureaucratie faalt.
Een lintje voor Pillippe Walther, beter bekend als Waudiz, de fanatieke Zuid-Koreaan die zijn laatste spaargeld uitgeeft voor Telstar.
Een lintje voor de mensen die in vak 23 voor mijn neus zitten te roken en zelf wel bepalen of ze dat doen, chapeau.
Een lintje voor de stewards van de Graafschap, die steevast de andere kant op kijken als een pet en zonnebril dragende figuur begint te wapperen met het Mark B. spandoek.
Een lintje voor de beste spandoekzwaaier zelf, in de hoop dat hij de basisschool heeft afgemaakt. Waarschijnlijk gaat hij koningsdag vieren, tja.
Een lintje voor Jan Vreman, niet iedereen kan zeggen dat hij Cape Town City FC onder zijn hoede heeft gehad.
Een lintje voor Bart Straalman, de voetbalavonturier die niet vergeten is dat Achterhoeks publiek niet klaagt, als een voetballer alles geeft en zijn broek vies is.
En een lintje voor alle mensen die een draadje los hebben zitten.
En zo is ‘t. De play-offs in veur ’n bloedneus, een boks vol met modder!
Tjuukes en goedgaon,
Fritz