De Graafschap heeft een voorzitter die met zijn poten in de klei staat, een wereldburger met een focus. Niet zomaar één uit de grabbelton van “betrokken ondernemers met clubliefde en te veel vrije tijd”. Nee. Een luitenant-generaal. Mart de Kruif. Een man die internationale conflicten heeft geanalyseerd, troepenbewegingen heeft gecoördineerd en nu is neergestreken in Doetinchem, waar de grootste dreiging jarenlang bestond uit gekrenkte ego’s met een seizoenkaart. (lees verder onder de afbeelding)

Blijkbaar was de bestuurlijke situatie zo instabiel dat men dacht: weet je wat we nodig hebben? Iemand die gewend is aan crisisgebieden. En eerlijk is eerlijk: het contrast is pijnlijk zichtbaar.
Waar eerdere voorzitters soms oogden als campingbeheerders tijdens een plotselinge wolkbreuk, staat er nu iemand die vermoedelijk een evacuatieplan heeft voor het geval de notulen te emotioneel worden. De Raad van Commissarissen vergadert tegenwoordig zonder dat het eindigt in lekkages naar bevriende microfoons of dramatische LinkedIn-bekentenissen over “lastige keuzes”.
Rust. Structuur.
Woorden als “strategisch kader” zonder dat iemand daarna begint over “Achterhoekse identiteit” alsof het een beschermde diersoort is.
En dat is wennen. Want De Graafschap was jarenlang geen voetbalclub, maar een realitysoap met begroting. Elke maand een nieuwe aflevering. Interne spanningen. Machtsspelletjes. Bestuurders die zich gedroegen alsof ze auditie deden voor een regionale versie van House of Cards, maar dan met minder subtiliteit en meer koffie verkeerd. Nu is het… professioneel. En dat schuurt.
Want in Doetinchem zijn we dol op bestuurlijke spanning. Op rumoer. Op het idee dat er “iets speelt”. Stilte wordt hier niet gezien als stabiliteit, maar als een complot dat nog niet is uitgelekt.
Gelukkig is daar Stem van de Vijverberg.
De permanente onderzoekscommissie van drie man en een mengpaneel. Waar elke beleidsmatige kalmte automatisch wordt geïnterpreteerd als “onderhuidse onrust”. Waar men in een meerjarenplan leest alsof het een gecodeerd bevel tot mobilisatie is.
“Ja, maar wat bedoelen ze écht met continuïteit?”
“Waarom is het zo stil?”
“Is dit niet verdacht professioneel?”
Alsof volwassen bestuur per definitie een voorbode is van verraad.
Het ongemakkelijke nieuws: misschien is er niets aan de hand. Misschien wordt de club gewoon geleid. Zonder theatrale uithalen. Zonder gekwetste trots die via via de buitenwereld bereikt. Zonder dat elke interne discussie verandert in een Achterhoekse burgeroorlog. Dat is voor sommigen natuurlijk teleurstellend. Wat moet je nog analyseren als er geen brand is? Wat moet je duiden als niemand met modder gooit?
Operatie Rust is in volle gang.
De loopgraven zijn dichtgegooid. De munitie opgeslagen. Het grootste wapenfeit van dit seizoen is een sluitende begroting. Saai? Misschien. Maar na jaren van bestuurlijke kermis voelt saai bijna revolutionair.
En mocht iemand heimwee hebben naar chaos: geen zorgen. In Doetinchem is bestuurlijke onrust geen incident, maar cultureel erfgoed. Geef het tijd.
Tot die tied: rug recht en gewoon deurlullen, zelfs zonder militair toezicht.
Tjuukes en goedgaon.
Fritz